terug naar verhalen                                                                                                                     
terug naar 'nieuws & activiteiten'                    

Inleefreis in Rwanda 22 maart – 3 april 2008

Reisindrukken van Ann Vanhoutte (per thema)

 

Wonder o wonder (magie in Rwanda)

Door Daniël Billiët

 

Ze dansten drie nachten en strompelden licht

De maan in hun hoofd op pad met de stenen

Beladen met verhalen, het stof in de keel

Keerden ze weer naar hun duttende dagen

 

Ze lachten nog weken, ze zaten nog maanden

Lucht te roeren met brede gebaren

De maïs schoot op, de buiken zwollen.

En de geesten verdreven de slapende stormen

 

 Verkeer

6367 km: Zaventem - Kigali direct. Op een hoogte van meer dan 10 000 m, met een snelheid van meer dan 900 km/uur, met een temperatuur van meer dan 40° onder nul, vliegen we over Egypte richting Rwanda ! De tijd in Rwanda is gelijk aan ons zomeruur.

In de hoofdstad Kigali is het een drukte van jewelste. Hier geldt het recht van de sterkste. De taxibrommers wriemelen overal tussen. De minibusjes brengen de mensen naar de hoofdstad en toeren er ook overal rond.

  Deze busjes van het merk Toyota zijn een donatie van de Chinezen. (Het merendeel van de auto’s in Rwanda zijn Toyota’s.) Deze busjes maken deel uit het openbaar vervoer en rijden pas als ze stampvol zitten. Verder rijden ook spiksplinternieuwe modellen van jeeps rond. Heel wat buitenlanders komen zich vestigen in Kigali.

Of het stuur nu links of rechts zit in de jeep, speelde vroeger allemaal geen rol. Ook hier is er verandering in gekomen. Enkel de auto’s waarvan het stuur links zit mogen voortaan worden ingevoerd. Heel bizar om als passagier mee te rijden met de jeep waar het stuur rechts zit. Je hebt constant de neiging om de spiegel goed te richten.

         

De belangrijkste wegen die vertrekken uit de hoofdstad zijn goed onderhouden. Sommige zijn aangelegd door de Chinezen, nog andere door Duitsers of Italianen. Links en rechts van de weg stappen de mensen in dichte drommen van her naar der. Ook de taxifietsen (Chinese makelij) zijn vertrouwd in het straatbeeld. Niet alleen passagiers worden meegevoerd, maar de fiets is een ideaal transportmiddel voor vrachten allerlei: bananen, bedden, matrassen, zakken aardappelen, bidons, fietsbanden, … Het zijn ware meesters in het vastsjorren van hun lading. Het enige wat kan misgaan is dat ze met fiets en al omvallen. Stappend de heuvel op, snorrend de heuvel af.

Ook in Rwanda zijn er snelheidsbeperkingen. Zo tref je er ook zone 30 aan. Langs de weg van Kigali naar het Akagera park mag er op sommige plaatsen slechts aan 40 km/u. worden gereden. In die streek heeft de president een residentie en er worden veel controles gehouden. Vanaf de Tanzaniaanse, Ugandese en Congolese grens komen vrachtwagens Rwanda binnen. Gevaarlijk voor de vele voetgangers langs de weg !
Eens je de mooie macadamwegen verlaat, kom je op pistes terecht. De roodbruine aangestampte aarde vormt een prachtige natuurlijke weg. Putten en geulen worden zo goed als het kan ontweken.  

    

Uitzonderlijk als je hier een auto tegenkomt. Dankzij het regenseizoen was het niet al te stoffig om via deze wegen te rijden. Enkel de laatste dag, na een aantal droge en warme dagen, sloeg er een stofwolk in onze jeep, recht in ons gezicht !

Na ons bezoek aan de gorilla’s konden we proeven van de slechtste piste. De mooie, roestbruine aarde moest plaats ruimen voor de gesteenten van het vulkanengebied. Na een stevige regenbui was het voor onze chauffeurs zwoegen om ons veilig over deze piste heen te loodsen. Alle putten, klein of groot, oppervlakkig of diep, waren gevuld met plassen water ! Met 4 op de achterbank, helemaal dooreen geschud kwamen we na een spectaculaire pisterit veilig aan het restaurant.

 Op het Kivumeer kun je als toerist inschepen voor een pleziertochtje. Bootjes voor ongeveer 15 personen varen naar de vele eilandjes. De bootjes maken wel water, maar geen nood, bij elke halte wordt dit wel uitgeschept.

 Het dak, dat zowel bescherming biedt voor een eventuele regenbui als voor te felle zonnestralen, is gemaakt van grote reclameaffiches. Deze kun je langs de weg in de stad aantreffen.

De prauwen zijn hier effectief holle boomstammen. Heel knap en mooi gemaakt !

Broeder Cyriel (van de ‘Christelijke Scholen’. Stichter van de modelboerderij ‘Kisaro’ in Byumba) is haast de enige boer die over een tractor beschikt. Met de ploeg bewerkt hij de vele radicale terrassen, waar hij een voorvechter van is en blijft ! Om het vlees van het pasgeslachte varken naar Kigali te voeren zijn er geen koelwagens. ’s Morgens in de vroegte voor de eerste warmte wordt het vlees naar de hoofdstad gebracht.
 

     

Landbouw en visserij

Rwanda is een land van landbouwers. Dagelijks wordt er op de velden gewerkt om te voorzien in eten. De vele heuvels worden haast voor 100% bewerkt. Overal tref je plantages aan, zoals bananenplantages. In Rwanda worden bananen geteeld voor zowel de gewone consumptie (super lekkere minibanaantjes!) als voor bereidingen (bakbananen en bananenbier) De bakbananen bevatten weinig smaak en zijn eerder droog om te eten. Het bananenbier is het bier van de armen. Dit ‘bier’ heeft een alcoholgehalte van 14° maar ook nog van 21°. Er is geen schuimkraag, het lijkt een beetje op porto ! Dit bier wordt in grote gezwollen bidons vervoerd. Rijstvelden vind je in de valleien. Ook hier tref je ontzettend veel papyrus en maïs aan.
Aan de voet van de bananenbomen is er altijd nog plaats voor andere gewassen zoals wortels, bonen, maniok, koffie, …

De rijpe vruchten van de avocado, de Japanse pruim, de papaya, de limoen zijn een streling voor het oog. De vruchten van de passiflora, nl passiefruit worden gebruikt om nectar van te maken. Dit ‘maracuja’ fruitsap is overheerlijk ! Op andere plaatsen tref je de ananasplanten aan in groten getale, ook de tabaksbloemen zijn getuigen van de tabakplantages. Aubergines, paprika’s, zoete aardappelen, arachidenoten.. De theeplantages zijn prachtig om te zien. Ze kronkelen zich in evenwijdige lijnen rond de heuvels. Van op een afstand lijken de theeplanten net moskussentjes. Rwanda beschikt over superlekkere thee en over heerlijke koffie. Jammer genoeg zijn deze pure producten niet in het buitenland te koop. Ze worden gebruikt om mengsels te bereiden.             

De akkers liggen schuin tegen de helling aan in een soort terrassen. Sommige veldjes lijken precies bedjes, omzoomd door een miniheuveltje. Om zoveel mogelijk te oogsten experimenteert men trouwens ook met heuveltjes om kolen op te planten. Zo kun je meer kolen telen op eenzelfde oppervlakte.

Broeder Cyriel introduceerde de radicale terrassen in het land. Deze krijgen meer en meer navolging. Zo worden tegen de schuine helling horizontale velden gecreëerd. Deze manier van werken is niet onderhevig aan erosie.

   

 Wat enorm opvalt als je door het landschap rijdt zijn de werkende mensen op het veld. Overal waar je kijkt zijn mensen aan het boeren. Met de hak bewerken heel wat vrouwen het land. Naast de twee meest overheersende kleuren van het land, nl. groen en roodbruin, zorgen de kleurrijke ‘pagnes’ van de vrouwen voor mooie kleurschakeringen.

Onderweg zie je de oogst ofwel uitgestald op houten constructies (maniokwortels) ofwel uitgespreid op zeilen (sorghum) te drogen in de zon.
Wat veeteelt betreft … Koeien zijn de melkleveranciers, er is ook wel rundvlees te krijgen. De koeien moeten wel op stal gehouden worden. Kinderen gaan met de sikkel gras maaien voor de koe. Wie een koe bezit, noemt zichzelf rijk. Het is een statussymbool.

De koe is zo belangrijk voor de Rwandees dat je ze in alle dansen herkent. Met de armen worden de mooie grote hoorns van de koe uitgebeeld. Overal vind je wel kippen en geiten. Lekkere omeletten, maar wel taaier vlees van de kip. Geen geitenkaas, maar overheerlijke geitenbrochettes. Bij broeder Cyriel zagen we heel wat varkens (geïmporteerde roze varkens). Dit bedrijf is een toonbeeld van hoe je varkens hoedt. Geen krappe hokken of indringende ammoniakgeur, geen krijsende biggetjes ! Deze varkens wonen rustig in hun mooie ‘villa’s’.  

 

In de valleien merk je ook viskwekerijen op. Hier wordt de tilapia gekweekt. Naar het schijnt heeft de gekweekte tilapia min of meer een moddersmaakje. Voor de wilde tilapia en de sambasa visjes moet je, onder meer, in het Kivumeer zijn. De sambasa visjes worden gedroogd en in hopen op de markt verkocht. Deze visjes kunnen gefrituurd ook een heerlijk aperitiefhapje zijn. 

    De vissers gaan ’s nachts vissen op het Kivumeer. Om de drie uur halen ze hun netten op. Dit doen ze drie keer per nacht. Zo halen ze ’s morgens om 6 u. de laatste keer hun netten op. De vissers maken met drie prauwen een constructie vooraleer te starten met het vissen. Ze maken met lange boomstammen een verbinding tussen de drie prauwen, zowel vooraan als achteraan. In het verlengde van de prauwen worden ook lange dunne, maar sterke takken als vislijnen uitgestoken, weerom vooraan en achteraan en dit bij de drie prauwen. Buiten de prauwen worden vier netten geïnstalleerd en binnen de prauwen worden de netten binnengehaald. Na dit harde labeur keren ze huiswaarts. Van in de verte hoor je de vissers ritmisch zingen in wisselzang. Ongelooflijk mooi is het om deze vissers te horen in dit prachtige rustgevende decor van het Kivumeer. Een stuk paradijs!

Maatschappij
Iedereen helpt mee, van klein tot groot dienen ze hun steentje bij te dragen in het huishouden. Van ’s morgens 6 uur verschijnen de mensen in het straatbeeld, heel dikwijls hebben ze een paraplu bij de hand. Waarschijnlijk zijn deze gekocht in een groot aantal aangezien er heel wat dezelfde paraplu’s, verspreid over het land, te zien zijn. Deze paraplu’s beschermen hen zowel tegen de zon als tegen de regen.
Rwandezen zijn fier en ingetogen. Zelden laten ze hun emoties zien. Hun enthousiasme zit van binnen en wordt aan de buitenkant zelden opgemerkt.

 Ze blijven helemaal niet bij de pakken zitten. Ze proberen het gezin, de familie, de maatschappij, het land draaiende te houden. ‘Rwanda marche !’ De eerste dagen worden we overrompeld door het beeld dat zoveel mensen constant op stap zijn. Ze zijn steeds onderweg, ofwel gaan ze naar de markt of naar het veld of naar de familie of … Weerom, ‘Rwanda marche !’

Vrouwen trekken met een enorme lading op het hoofd richting markt. Deze ladingen variëren van zakken houtskool en manden tomaatjes, tot teiltjes met zo hoog mogelijk gestapelde groenten (een verticale opstelling van de wortels rondom verhoogt de teil en laat toe dat er veel extra mee kan). Verder dragen heel wat vrouwen de baby of peuter op de rug.                                                              

        
In ateliers kunnen vrouwen terecht om te werken nadat ze hun man verloren zijn tijdens de oorlog. Zo bezochten we borduurateliers en ateliers waar ze de ‘Imigongo’s’ (panelen prachtig versierd met      kalvermest) maken.

Via de microfinancieringsinstelling ‘Duterimbere’ (‘Laat ons vooruit gaan!’) worden kredieten aan ondernemende vrouwen verleend. Zo kunnen ze  met succes een klein bedrijfje oprichten. Na een zware dagtaak wordt er ’s avonds na 6 uur gekookt in de huizen. De houtskoolvuurtjes worden aangemaakt en aangezien er geen schoorsteen is, komt er algauw van onder het dak rook naar buiten !

        
Kinderen sprokkelen hout, verzamelen voedergewassen, gaan bidons water halen, zorgen voor kleine broer of zus, spelen een spelletje of gaan naar school. Kinderen trekken hier schoolwaarts in uniform. Ze dragen hun haast versleten schriftje en hun drankbidonnetje. De kinderen zwaaien steeds heel uitbundig naar de voorbijrijdende jeeps. Soms vragen ze al roepend “bonbon” of “cash” of “agacupa”. Elke ‘agacupa’ is zeer welkom. De lege flesjes van een halve liter water zullen ze nog ontelbaar vele keren opvullen om dan mee te nemen naar school.         

Als er gestopt wordt met de jeep zijn er in een mum van tijd heel wat mensen die toestromen om te kijken naar ons, om zelfs eens te voelen aan onze blanke huid, of om eens te trekken aan de haartjes op de onderarm van François. Als we foto’s nemen en we tonen hen de gemaakte foto’s vinden ze het hilarisch om zichzelf en de anderen te zien op het kleine schermpje. Als de groep kinderen niet te groot is en we zijn vertrekkensklaar kan er algauw iets uitgedeeld worden. Ze zijn supercontent en maken een vreugdesprongetje bij het ontvangen van een potlood of een stylo. Telkens we iets uitdelen, maken we de bedenking dat we nog veel meer hadden moeten meebrengen.

        

Mannen trekken ook naar het land, slachten een dier, werken in hun atelier (veel schrijnwerkers), herstellen fietsen, sjouwen kilo’s vrachten met de fiets de heuvels in. Taxifietsen en –brommers staan geduldig te wachten op een klant. Indien er geen werk is wassen ze regelmatig hun voertuig. Anderen roosteren maïskolven langs de weg om te verkopen.

Gevangenen stappen in hun roze pak onder begeleiding van 1 opzichter met geweer richting het veld. Aan ontsnappen wordt niet gedacht.

         
Langs de wegen merk je ook regelmatig controle van zowel politieagenten als militairen. Hun aanwezigheid geeft de mensen een veilig gevoel, anderen voelen zich voortdurend gecontroleerd. Op de laatste zaterdag van elke maand is iedereen verplicht om een werk te doen voor de gemeenschap de UMUGANDA. Onze chauffeurs hadden een document om te bewijzen dat zij niet konden deelnemen aan het gemeenschapswerk ! Op bepaalde plaatsen werden de putten in de pistes gevuld, op andere plaatsen werden de bloemenborders langs de straat onderhouden. Zo werd het dagelijkse werk tijdens de voormiddag ( van 8.00 tot 11.00) een halt toegeroepen. Iedereen was druk in de weer met gemeenschapswerk.

          

         

De Rwandezen krijgen enerzijds een Europese naam en anderzijds een Rwandese naam. Deze verwijst naar een gebeurtenis die belangrijk was op het moment dat het kind geboren werd. Vb. Er is ruzie met de buren die hopelijk snel opgelost raakt ! Er wordt een kindje geboren en hopelijk wordt het een vredebrengertje, Claudine Amahoro (= vrede). Een ander voorbeeld: Alexia Uwimana (= dochter van God).

Overal merk je veel helpende handen, hopend op een fooi ! Valiezen worden in een drafje naar onze kamers gebracht ! Dragers staan paraat om onze rugzakken te dragen bij de klim naar de gorilla’s toe. Het hoort erbij, … aan ons om de knop om te schakelen en niet te vlug te denken: ‘t Is niet nodig, wij kunnen dat ook !’ We leren in te zien dat het de gemeenschap ten goede komt. Het is een steun voor de familie !

         

 

Overal in het straatbeeld kom je gigantische reclameborden tegen. Ze maken deel uit van voorlichtingscampagnes die wijzen op de gevaren van aids. In een klein stadje trekken tal van vrouwen uit de wijde omgeving, met de kleine op de rug, naar een vergadering over aids.

In de nabijheid van de grens met Congo, met Uganda, met … het maakt niet uit welke grens; wordt het stilaan vertrouwde uitzicht van de bebouwde heuvels verstoord door grote vluchtelingenkampen. Het schudt je wakker en je beseft dat je je in een woelig continent bevindt.

De genocide van 1994 heeft op de Rwandezen een diepe indruk nagelaten. Wat er leeft tussen Hutu’s en Tutsi’s is moeilijk te vatten. Hoe meer je erover te weten komt, hoe moeilijker het is om alles te snappen. Het fijne ga je er niet van te weten komen. Eén ding is zeker, iedereen voelt zich Rwandees ! De namen van de drie etnische groepen (de derde groep zijn de Batwa) komen niet gauw meer over de lippen. ‘Genocide, never again!’ prijkt aan een klasmuur. De nieuwe vlag wappert rustig in elk dorp, in elke stad.
 

Sites herinneren mensen aan de gruwelijkheden. Gidsen klinken verbitterd en hebben een opgekropte woede in zich. Iedereen heeft familie verloren (vermoord, gevlucht of in de gevangenis beland), weduwen en alleenstaande vrouwen trachten te overleven, weeskinderen komen in weeshuizen terecht, sommige gezinnen worden verder gerund door de oudste zoon of dochter, andere families nemen een neefje of nichtje op die dan ook heel dikwijls een groot deel van het werk op zich moet nemen, …

Nog steeds zoekt men naar mensen die zich schuldig maakten aan de afslachtingen. Op de Gacaca (agacaca =klein grasperk), het volkstribunaal, verhoren de inwoners verdachten. Vaak worden ook hier oude vetes uitgevochten en worden mensen soms valselijk beschuldigd.

         

De gevangenen die een vonnis kregen, krijgen een roze pak aan. Wie nog niet berecht is draagt een oranje pak. Op strafwerkkampen zwoegen mannen in donkerblauwe pakken. Deze kampen werden gekopieerd van de Chinezen.

Als je Rwanda doorkruist, kun je er niet om heen dat dit land heel veel hulp uit andere landen krijgt. Overal getuigen borden van de geleverde steun, van de lopende projecten.

 

 Milieu

De boodschap is duidelijk. Plastiekzakken zijn zeer moeilijk afbreekbaar, dus slecht voor het milieu ! De Rwandese regering neemt een standpunt in en plastiekzakken worden sinds een tweetal jaren verboden. Elke toerist weet dat er geen plastiekzakken meer mogen ingevoerd worden. Bruine papieren zakken zijn het eventuele alternatief om boodschappen in op te bergen.

Rwanda is een proper land. Afval in de vorm van zwerfvuil tref je hier niet aan.

Alles kan gebruikt en hergebruikt worden. De creativiteit voor recyclage is van onschatbare waarde. Deuren worden vervaardigd met een verzameling platgeklopte groenten conserven uit Amerika. Deze blikken zijn ook ideaal als bloempot. Plastieken slippers worden met ijzerdraad hersteld. Met bananenbladeren en touwtjes worden ballen gemaakt, die bovendien nog zeer goed botsen.

Fantastisch om te zien dat spaarlampen haast overal hun intrede hebben gedaan, zelfs tot in de kleinste huisjes (daar waar elektriciteit aanwezig is, wel te verstaan) !

Jaarlijks is iedere Rwandees verplicht om in november een boom te planten (dag van de boom). Dit om de ontbossing en de opwarming van onze planeet tegen te gaan.

          

 

Onderwijs en opvang
Alle schoolgaande kinderen dragen een uniform. Meisjes uit de lagere school dragen een hoogblauwe jurk, terwijl de jongens een licht kaki hemd en short dragen. Door de heersende armoede is het geen evidentie voor een gezin dat alle kinderen een uniform dragen. Via steun van verbroederde scholen kan er voor deze kinderen een oplossing komen.

Ze zijn apetrots dat ze naar school mogen gaan. Hier begrijpen kinderen niet dat er bij ons kinderen zijn die niet graag naar school gaan. Zij zien het als een noodzaak om later een diploma te halen, een goed betaalde job te kunnen uitvoeren om op die manier aan de armoede te ontsnappen. Alle gezinnen zorgen zelf voor het schoolgerief, zoals schriftjes en schrijfgerief. Hier maken kinderen nog een vreugdesprong bij het krijgen van een balpen.

Uniformpje aan? Schriftje en balpen bij? Een bidonnetje water mee? Vergeet ook jouw bezempje niet want vandaag wordt de school proper geveegd !  Klaar !

        
De kinderen van het 1ste, 2de en 3de leerjaar worden in 2 groepen verdeeld. Zo gaan de groepen 1 in de voormiddag naar school, de groepen 2 volgen les in de namiddag. Vanaf het 4de leerjaar gaan de kinderen de volledige dag naar school. Vanaf het 1ste leerjaar staan er drie talen op het lessenrooster. Naast het Kinyarwanda maken ze ook reeds kennis met Frans en Engels. De Franse taal wordt geleerd omwille van het verleden en Engels wordt aangeleerd omwille van de toekomst. Vanaf januari 2009 worden de lessen volledig in het Engels gegeven, te beginnen met het 1ste leerjaar. Dit wordt een grote uitdaging voor de leerkrachten die de taal nog niet zo goed meester zijn !         

 

De grote groepen van +/- 50 leerlingen per klas worden hier nog met de ijzeren hand geleid. Bepaalde kinderen grijpen naar hun oren als de meester een opmerking maakt en in hun richting komt. Elke klastitularis is nog in het bezit van een stok ! Het kan niet anders dan dat er discipline is.

De vele schoolborden in een klaslokaal zijn een noodzaak om de kinderen de kans te geven alles over te pennen in hun schriftje. Zo kunnen ze de leerstof herhalen en studeren ! Handboeken en werkboeken ontbreken meestal nog grotendeels. Elke klas staat ook vol met houten banken.

 Aanvankelijk zijn de meisjes de beste studentes, maar na verloop van tijd zijn de beste resultaten bij de jongens te vinden. Dit komt doordat meisjes weinig tijd overhouden na schooltijd om voldoende te studeren. Heel vaak worden zij belast met het huishoudelijke werk na 4 uur.

Het schooljaar in Rwanda start in januari. Het paasverlof en het verlof in juli duren bijna drie weken. De grote vakantie vindt plaats in november en december. Doordat er in grote groepen moet gewerkt worden zijn er regelmatig heel wat zittenblijvertjes. Ook perioden van ziekte door bvb. malaria zijn een oorzaak om een jaar over te doen. Op het einde van de lagere school moeten leerlingen slagen voor een staatsexamen vooraleer toegelaten te worden tot de middelbare school. Dit heeft als gevolg dat er nog steeds 14- en 15-jarigen in de basisschool vertoeven.

In het schooltje van broeder Cyriel bemerken we een andere aanpak. De directeur ging in de omgeving in de heuvels op zoek naar de allerarmste. Deze werden ingeschreven in klassen van maximum 30 leerlingen. Tijdens een vakantieperiode van 3 weken komen de kinderen met moeilijkheden de eerste week naar school voor extra uitleg. Hier krijgen deze kinderen de kans om aan de armoede te ontsnappen. Ze kunnen geleidelijk aan hun hoofd weer oprichten en maken zo eveneens deel uit van de toekomst van de maatschappij.

        
     De werking in de weeshuizen staat volledig in het teken van de kinderen. Wij bezochten een weeshuis waar, met Belgische hulp, bibliotheken ingericht werden met Franse leesboekjes. Het systeem van boeken uitlenen is hier volkomen nieuw ! De kinderen kunnen ook gebruik maken van een computerhoek. Voor de allerkleinste is er een opvang voorzien met allerlei ingezameld Belgisch speelgoed. De grote wezen zorgen zelf voor hun was, iedereen heeft zijn taak. De meisjes slapen in ‘chambrettes’. Alles is er piekfijn in orde. Alleen het speelpleintje zou in België opgedoekt worden omwille van het brokkenterrein. Maar daar komt verandering in.

Er is ook een naaiatelier waar o.a. wenskaartjes worden vervaardigd van bananenvezels. De producten worden verkocht en zijn een bron van inkomsten. Dit weeshuis wordt gevolgd en gesteund door vzw Kinderhulp Rwanda uit Kruishoutem (www.kinderhulprwanda.be). Spullen worden hier in Vlaanderen door een groep vrijwilligers gesorteerd en verzameld in containers bestemd voor Rwanda.

 

Kunst en cultuur

Het paleis van de laatste koning van Rwanda was wegens verbouwingswerken niet toegankelijk voor het grote publiek. De reconstructie van de koninklijke hutten die van de eerste periode van het koninkrijk dateerden echter wel. Via een takkenomheining komen we op een binnenpleintje voor de koninklijke hutten. Het eerste wat opvalt, is de omvang van het geheel. In totaal zijn er momenteel drie hutten; de grote hut is de woning van de koning, de andere twee zijn voorraadkamers, een melkhuis en een bierhuis. Overal overheersen de ronde vormen. Het gewelf bestaat uit één rond vlechtwerk dat doorloopt tot beneden. Dit werd gevlochten en na afloop in zijn geheel omhoog geduwd met een paal. Het geheel wordt vervolgens gestut met meerdere palen die opnieuw cirkelvormig worden opgesteld. De extra wanden in de hut die allemaal hun functie hebben, zijn opgetrokken met palen waarbij de tussenruimtes opgevuld worden met gevlochten harde panelen. Deze worden er gebogen tussengeplaatst.

Vol eerbied vertelt onze gids over de voorschriften die moeten gevolgd worden bij een gesprek met de koning. Hij vertelt over de koning en zijn liefdesleven, in bedekte termen vertelt hij over de koning die ‘trouwt’.  Eerbiedig doen wij bij het bezoek onze schoenen uit. Het verhoogde bed heeft 2 ingangen. De centrale entree via een opgerolde mat wordt enkel door de koning gebruikt. Links en rechts van deze ingang vind je ook de wapens van de koning. De tweede toegang tref je aan achter een extra wand en is bedoeld voor de vrouwen. De vele voorraadpotten zijn versierd met zwarte geometrische figuren. Uit kalebassen wordt het bier via een hol strootje gedronken.

 

Na het bezoek aan deze historische plek krijgen we nog een optreden van een traditioneel ballet cadeau. De trommels en de gezangen begeleiden de danseressen bij hun dans. Zowel de horens van de koe, als het bewegen van haar kop, als haar gang bij het stappen, vind je duidelijk terug in de choreografie. De leidster van de groep maakt een sissend geluid telkens als er een volgend patroon komt. Iedereen blijft steeds glimlachen tijdens de prachtig uitgevoerde traditionele dansen.

 

In Butare bezoeken we het Nationaal Museum van Rwanda van de hand van architect, antropoloog, Lode Van Pee. Lode is nu directeur van het Caermersklooster te Gent en reist regelmatig naar Rwanda om in de verschillende regio’s van het land musea op te starten. In dit museum, geschonken door koning Boudewijn, kom je alles te weten over de traditionele woningbouw. Ook hier krijgen we in een schitterend decor een demonstratie van traditionele krijgerdansen.

Verspreid in het landschap merk je hier en daar nog hutten op, deze hutten worden tegenwoordig als voorraadkamers gebruikt. Wat de hedendaagse woningbouw betreft, de oppervlakte van de huizen blijft beperkt. Ze worden opgebouwd rond een skelet van boomstammen. De eucalyptusstammen zijn ideaal voor de huizenbouw omdat ze mooi recht zijn. De muren worden opgevuld met leem, de natuurlijke kleuren nemen de huizen op in het landschap. In elk huisje zijn er een aantal decoratieve stenen verwerkt die dienst doen als verluchtingsgaten, wat uiteraard zeer welkom is bij huizen waar de schoorsteen ontbreekt. Vele huisjes hebben een portiek waar ’s avonds op een bankje kan uitgerust worden. Zeldzame voortuintjes getuigen van een iets hoger inkomen. Bij het optrekken van grotere dienstgebouwen in de stad zien de houten stellingen er heel gevaarlijk uit. Een bouwwerf wordt afgeschermd met golfplatenwanden.

 

In de buurt van Kigali zoeken we enkele families Batwa op (De Batwa’s zijn de oudste bewoners van Rwanda en vormen nog geen 1% van de bevolking meer). Van oorsprong zijn ze jagers of pottenbakkers. Veel om te jagen is er niet meer in Rwanda, maar ze blijven uitmunten in het vervaardigen van potten en dit zonder hulp van een draaischijf. In een mum van tijd slagen zowel mannen als vrouwen erin om van een homp zwarte, plakkerige klei perfect gecentreerde potten te vervaardigen. De van motieven voorziene potten worden dan in de zon gedroogd.
 

 
Speciaal voor ons demonstreren ze in een haastig aangestoken vuur hoe de potten gebakken worden. Er heerst een drukte vanjewelste, na het werk is er weer het moment van musiceren én dansen. Mannen en vrouwen laten zich gaan en dansen als in een roes. Wij stonden erbij en keken ernaar. Ongelooflijk maar waar, een documentaire bij deze bijna verdwenen meesters in het pottenbakken, van op de eerste rij. Dit bezoek laat bij velen een diepe indruk na.

 

Imigongo betekent heuvelrug. Vrouwen maken in een atelier Imigongo’s. Dit zijn schilderijen waarbij kalvermest wordt gebruikt. Op een houten paneel worden geometrische motieven getekend. Op de potloodlijnen wordt een papje met kalvermest aangebracht, deze heuvelruggen vormen een 3de dimensie. Na een bepaalde droogtijd, worden de heuvelruggen lichtjes geschuurd. In dit stadium zijn het al prachtige kunstwerkjes. Met porselein- of rode aarde, met as van verbrande bananenschillen, … worden kleuren nauwkeurig en in verschillende lagen aangebracht. Het laagje vernis komt rechtstreeks van de aloë vera. In het Caermersklooster te Gent organiseerde in 2005 Anne Maes-Geerinckx en Lode Van Pee een tentoonstelling van 148 grote prachtige Imigongo’s en schreven een mooi geïllustreerd boek over het onderwerp. Met de verkoop van de geëxposeerde schilderijen werd een nieuw atelier voor deze vrouwen opgetrokken.
 

 

Natuur

Onmiddellijk maken we kennis met de warme temperaturen én het regenseizoen. De ‘éphémères’ heten ons welkom in Rwanda. Dit zijn grote insecten die na een regenbui aangetrokken worden door de brandende lampen en die na veelvuldige landingen en heel wat ergernis in één of twee dagen hun vleugels verliezen en sterven.  

We behoeden ons voor de kleine muggen die malaria overbrengen met tropische ‘deet’ muggenmelk (vanaf 6 uur ’s avonds) en een dagelijkse malarone pil (1 dag voor het vertrek tot 7 dagen na thuiskomst). De spuitbussen met pyrethrum (gemaakt van gedroogde soorten madeliefjes) verdelgen eventuele muggen in de hotelkamer. Vaak te kleine muskietennetten met gaten bieden geen garantie. Kleine gekko’s liggen op de loer op de muren van de hotels.

 

Bij het verlaten van de hoofdstad valt ons onmiddellijk het bruine, ijzerhoudende water van de onstuimige,door het landschap slingerende rivier, Nyabarongo, op. Deze rivier verandert van naam naarmate hij het land, het continent doorkruist. De Nyabarongo wordt de Akagera, om uiteindelijk de Nijl te worden. Zijn voornaamste bron is gelegen in het Nyungwewoud in Rwanda en hij mondt uit in de Middellandse Zee in Egypte na een reis van 6718 km.

 

In het zuidwesten vind je een stuk regenwoud, het Nyungwewoud. Dit is een oerbos met oude bomen in allerlei formaten.

         

Onderweg worden we betoverd door de eucalyptus, hij giet het landschap in een zilveren waas, zijn geuren zijn heel indringend, je kunt er niet genoeg van krijgen. Heel alert kijken we uit naar regenwoudbewoners. Aapjes met een witte kraag, de ‘magistraten’, komen we regelmatig tegen. Een grote chimpansee sjokt de baan over. Met een stok als steun glijden we over een pad in het woud. Mossen, varens, orchideeën, … nemen bezit van kronkelige takken en dikke kolossen van stammen. Het vogelgezang dringt tot ons door. Jammer genoeg zien we weinig felgekleurde bloemen of sierlijk fladderende vogels. We zijn ervan overtuigd dat we hiervoor het woud nog veel dieper moeten binnendringen, maar we zijn tevreden, we hebben geproefd van het regenwoud.

        

 
De boerenzwaluwen treffen we in groten getale aan op het landbouwbedrijf van broeder Cyriel. De ‘Milans’ (soort roofvogel) cirkelen ’s avonds rond de heuvelruggen in de hoofdstad.
 

Aan het Ruhondomeer is de sfeer feeëriek. Tussen de heuvels ligt het grote, rustgevende meer verscholen. Hier hebben we een zicht op de vulkanen rij. We zien de aanzet van meerdere imposante vulkanen. De steile glooiing van deze bergen is uniek. Hun toppen blijven verscholen in de mist. Het plaatje klopt. Morgen gaan we naar ‘Gorilla’s in the mist’, ‘Les gorilles dans la brume’.

Algemene stilte, de vele schakeringen van de avondlijke kleuren brengen ons volledig tot rust en diep onder de indruk van dit prachtige stuk natuur.
         

 

In het Virunga gebergte, de streek van de vulkanen in het Noorden van het land, hebben we een afspraak met de gorilla’s. Spoorzoekers brengen onze gidsen op de hoogte. We vertrekken vroeg aangezien de gorilla’s nog in hun nest verblijven. Via een piste in zeer slechte staat, komen we aan bij de startplaats van ons grote avontuur. We beklimmen de vulkaan, Gahinga (3474m), en bevinden ons op een hoogte van meer dan 2400 m. Bij de start krijgen we hulp aangeboden van onze dragers (zie maatschappij), we worden verder nog vergezeld door 2 militairen. Deze behoeden ons tegen stropers en rebellen (grens met Congo is vlakbij) !

 

Tijdens onze steile klim tussen tabak- en aardappelvelden komen we sporen tegen van de gorilla’s. Ze verwijderen de boomschors van de eucalyptus en zetten hun tanden in het bruine, blijkbaar lekkere laagje op de stam. Op deze aardappelvelden merk je gevlochten wachterhutjes op. Door een constante controle houden de boeren de dieren van hun veld. De vruchtbare velden kleuren donker van de lava.
We krijgen tijdens onze adempauzes uitleg en noodzakelijke instructies. Bvb. “In geval je ‘number 1’ moet doen, laat je me het weten en ik zoek een plekje”, waarschuwt onze gids. “Maar in geval van ‘number 2’ waarschuw je me ook, dan maken we met de machete een put van 30 cm en nadien wordt deze put gedempt !”  “We blijven op een afstand van een aantal meters verwijderd van de gorilla’s, zo kunnen wij geen eventuele ziektekiemen overdragen op de gorilla’s en omgekeerd nemen wij geen kiemen mee naar de mensenwereld” gaat de gids verder in één van de broodnodige rustpauzes. “Slechts één bezoek aan een gorillafamilie met maximum 8 toeristen per dag !” weet onze geduldige gids.
 

 

Hij weet als geen ander onze groep op een gezonde manier een niveau hoger te brengen. Klimmen in een gebergte doe je langzaam volgens onze gids en hij bouwt onopvallend adempauzes in.

Met de machete banen we ons een weg naar het nest ! Na het toevallig opmerken van de eerste gorilla maak je algauw kennis met de rest van de familie. Ze nestelen in de bamboebossen. Vader ligt languit op zijn buik te rusten. Hij ligt centraal te pronken met zijn zilveren rug. Onze gids maakt meermaals een grommend geluid om ons bezoek aan te kondigen. De rest van de familie ontspant zich spelend en rustend. De vrouwtjes, de baby’s, de jongelingen, de zwarte ruggen, alle leeftijdscategorieën zijn vertegenwoordigd. Hun lange, speelse armen delen rake klappen uit en houden het spel in stand. Bij momenten rollen ze richting onze voeten uit, zo onwezenlijk en toch zo echt ! Wij, alweer op de eerste rij, vlakbij deze met uitsterven bedreigde diersoort, wij, vlakbij de gorilla’s ! We genieten met volle teugen in stilte van hun aanwezigheid. Ze maken indruk op ons en op elkaar. Ze slaan op hun borst telkens als ze denken de baas te zijn tijdens het spel. Tijd voor het ontbijt, denkt de zilverrug en stapt op. De rest volgt gedwee en gaat ook op zoek naar voedsel. Zelfs wij mogen hun sporen volgen ! We trekken mee op pad en houden halt aan de ontbijttafel. Ze rukken de jonge bamboescheuten uit de grond en smakelijk smullen ze van het lekkere hartje. Dit deel van de bamboeplant bevat een beetje alcohol en maakt hen dronken met alle gevolgen van dien. Ze klimmen behendig en hoog in bomen met veel te dunne takken. Krakende geluiden en neerploffende gorilla’s zijn klanken die het woud vullen. We hebben ruim de tijd om de gorilla’s te bekijken. Elke gorilla heeft een naam en is te herkennen aan zijn neusprint. Dit is als het ware zijn vingerafdruk. De donzige baby’s zijn net teddybeertjes die uitnodigen om te knuffelen. Door de strenge blik van de zilverrug kwam het advies van onze gids om ons klein te maken, weglopen is geen optie. We waren allemaal onmiddellijk zeer onderdanig tegenover deze kolossale baas van de familie KWITONDA.  Dat het op onze terugweg water begon te gieten kon ons allemaal niet deren. We voelden ons de koning te rijk.

 

Het uitgestrekte Kivumeer is bezaaid met vele eilanden en heeft talrijke mooie baaien. Langs de oever genieten we van de bedrijvigheid van de vissers. De prauwen weerspiegelen in het water. Dit meer lokt vele vogelsoorten zoals Afrikaanse ijsvogeltjes nl. de kingfisher, aalscholvers, kwikstaartjes, ‘metalic’ vogeltjes, vogeltjes met een felgekleurde verentooi, … en is omzoomd met prachtige bomen en bloeiende struiken zoals bougainville, oleander, frangipane, gigantisch grote bloeiende kerstrozen …        

 

We varen naar het eiland ‘Amahoro’, Peace Island. We genieten van de zon op dit stukje paradijs. In de schaduw van een grote boom wordt er op het strand tilapia geserveerd. De grijpgrage handjes van het aapje worden aan banden gelegd. Als we het eiland ‘Nyamunini’, ook wel ‘Chapeau de Napoléon’ genaamd, naderen, merken we de eerste vleermuizen op die gestoord worden tijdens hun middagdutje door de motor van ons bootje. Na een stevige klimpartij op de ‘hoed van Napoleon’ wekken we de rest van de vliegende honden. Ze zijn zeker met duizend en cirkelen boven en onder ons. Deze zoogdieren maken een hels kabaal. Ze vinden het blijkbaar niet zo tof dat wij hun bioritme komen verstoren.

        

 

Op weg naar het Akagerapark verandert het landschap geleidelijk aan. De valleien worden steeds breder. Hier merken we kraanvogels, koereigers, ooievaars, … op tussen de rijstvelden. Langs het Muhazimeer zijn de wevervogeltjes, geel met zwart kopje, druk in de weer geweest met het weven van nestjes. De takken hangen verzwaard naar beneden door het gewicht van de vele nestjes. Papyrus langs de oevers, … We bevinden ons in de savanne. Slechts een deel van het park is toegankelijk voor safari. De tseetseevlieg is voor ons de meest gevreesde diersoort. Impala’s, topi’s, zebra’s, giraffen, nijlpaarden, krokodillen, bavianen, springbokken, de maraboe, de imposante Afrikaanse visarend, termietenheuvels, een overstekende olifant die ons een vernietigende blik werpt, trompettert en flappert met zijn oren, … Fantastisch om al deze wilde diersoorten op te merken in deze prachtige savanne. Dankzij het glooiende landschap kan je maximaal genieten van het uitzicht van de savanne.

Godsdienst

Temple of Zion, Evangelische kerken, Katholieke kerken, Jehovagetuigen, Islamieten, … alle godsdiensten zijn vertegenwoordigd in Rwanda. Ook komen al deze kinderen regelmatig in katholieke scholen terecht waar ze braafjes het godsdienstprogramma afwerken. Bvb. moslimkinderen leren over de verrijzenis van Jezus. Hier zijn Moslims heel liberaal.

Op zondag hebben we een dienst in een katholieke kerk bijgewoond. Meer dan twee uur duurde deze gregoriaanse mis. De pastoor probeerde het volk te boeien door in zijn ellenlange preek stand-up comedian elementen te mixen. Tijdens de preek werden wel drie portretten van Jezus rondom rond de kerk getoond. Het gebouw zat bomvol gelovigen op lage lange zitbanken gezeten, deze werden warempel ook gebruikt om op te knielen. Bepaalde mensen liepen binnen en buiten (duiventil), anderen vielen in slaap. De preken werden afgewisseld met de gezangen van twee meerstemmige koren, die begeleid werden met de trom, de belletjes en een klok. Als we dachten dat de viering op zijn einde liep werd er nog een kindje gedoopt.

Trappistinen, Bernardijnen, Witte Paters, Broeders van liefde, … het land telt heel wat geestelijken zoals priesters en bisschoppen, mooie nonnetjes, fris en vrolijk jong met ouderwetse kap op het hoofd. Wij beseffen dat hun intrede voor velen een bron van werkzekerheid, eten op de plank, dak boven het hoofd moet zijn. Plekjes verwijzen maar al te graag naar het voorbije bezoek van onze vorige paus.

Het oorspronkelijk eigen geloof, met ondermeer het vereren van de voorouders, leeft als het ware ‘parallel’ met al deze ‘import’ godsdiensten of beter gezegd ‘ondergronds’. Men merkt er weinig van als bezoeker.

     


Verblijf en gastronomie

Kigali. Overnachten bij ‘Chez Lando’. Onze eerste indruk van het hotel is dat het aan renovatie toe is. In totaal overnachten we er drie keer. De derde keer leek ons dit zelfde hotel zeer goed te zijn.

Ook in Kigali, hotel Mille Collines : deze chique (en dure) verblijfplaats is voor ons goed voor een aperitiefje aan het zwembad. Wie de film ‘Hotel Rwanda’ gezien heeft, komt bedrogen uit. De opname gebeurde blijkbaar op een andere locatie, ergens in Amerika.

In het zelfbedieningsrestaurant ‘Karibu’ staan er grote plateaus met heel gevarieerde gerechten klaar op een lange tafel. In het midden staan er kaarsjes om de vliegen weg te houden. Je mag je slechts eenmaal bedienen, dus als je van alles wil proeven, heb je sowieso een berg voedsel mee.

 

In Butare betrekken Marijke en ik een appartementje in het Ibis hotel. We smullen er van superlekkere avocado’s die steeds ‘à point’ zijn, van een lekkere ajuinsoep en van een ‘kip moambe’ met een soort spinazie gemaakt van de blaadjes van de maniokplant.

‘Centre St. André’ te Kabgayi is een retraiteoord en we eten er wat de pot schaft. Ons bedje is zeer mooi opgemaakt.

‘Foyer de la Charité’ aan het Ruhondo meer behoort tot één of andere katholieke orde en heeft een unieke, prachtige ligging. Nachtwakers houden controle op het domein.

In ‘Maison St. Benoit’ te Gisenyi wordt het warme water om te douchen in emmers aangesleurd. Niet zo praktisch aangezien het water kokend is. Opnieuw een prachtige locatie ! We laten ons opnieuw verrassen wat het menu betreft.

In ‘Centre Béthanie’ aan het Kivumeer (Kibuye) logeren we bij de protestanten. Onze kamer krioelt van de muggen ! Niet voor lang ! Toch is dit alweer een pareltje van een decor. We genieten er met volle teugen van op ons terrasje van het rustige Kivumeer, van de zonsopgang, van de gezangen van de vogels én van de vissers.
We eten ‘à la carte’ en het ontbijt wordt geserveerd op een terrasje langs het water, in het zonnetje !
       
Bij de Zusters Trappistinen te Kibungo komen we laat aan. Op de top van een heuvel is alles er stil. Een groot klooster neemt ons in de armen. Niet iedereen kan hier zomaar overnachten. De Zusters willen er zeker van zijn dat de gasten de stilte van de orde niet zullen verstoren. De tafel is rijkelijk gedekt en we proeven van de zelfgemaakte vruchtenwijn.
’s Morgens wordt het ontbijt geserveerd na de ochtendlijke gebeden en gezangen.  


We vertrekken bij zonsopgang om zeer vroeg aan de ingang van het Akagerapark te kunnen zijn. In de savanne overnachten we in stijl in de ‘Akagera Lodge’. Een luxe oord met zwembad en een prachtig zicht op het Ihemameer. ‘s Nachts werd het water hier echter wel afgesloten.

terug naar verhalen                                                                                                                                                              terug naar 'nieuws & activiteiten'